Da’s interessant hé mensen…?

Hoewel ik zelf voor de training gekozen heb (er moet immers iets gebeuren…), zit ik bij de tweede trainingsdag met een “met de hakken in het zand houding” op “DE” stoel. Elke trainingsochtend mag iedereen op “DE” stoel plaatsnemen voor het zogenaamde open frame, waarin je vertelt hoe het met je gaat, hoe je “er in zit” en wat je zoal bezighoudt.

Klinkt simpel, en toch komen daar de mooiste inzichten naar boven.

Enfin, zoals ik zei, ik zit er die ochtend wat tegendraads “op” en blijkbaar vind ik het nodig om op een cynische toon te vertellen dat ik de dag ervoor de trainingsmap heb ingezien en moet concluderen dat ik al veel van de stof die we voorgeschoteld gaan krijgen al eens voor m’n kiezen heb gehad: In verschillende genoten leiderschapscurssen, workshops en wat zelf gekozen leeswerk is het allemaal al eens de revue gepasseerd dus, “als ik het allemaal al weet en het tot nu toe niet in de praktijk heb gebracht, waarom zou ik dat dan nu wél ineens gaan doen…”

Trainster Neelienke kijkt me meewarig aan en zegt: “da’s interessant hé mensen….”

Ondanks mijn geuite reserves ga ik ervoor:  3 dagen per maand, 6 maanden lang: intensief met mezelf aan het werk. Geen tijd en mogelijkheid om achterover te leunen binnen een groep van 8 mensen, we houden elkaar erbij, voelen veel steun en veiligheid bij elkaar en gaan gezamenlijk door allerlei diepe dalen en prachtige inzichten en overwinningen. Hele intensieve, zware maar vooral waardevolle dagen.

De zondagen na de opvolgende drie trainingsdagen op donderdag, vrijdag en zaterdag ben ik op. Alle indrukken passeren de revue. De dagen daarna merk ik dat ik me bewust word van waar ik tijdens de NLP-dagen diverse malen op ben gewezen: veel van wat ik doe (of laat) zijn het gevolg van het van tevoren al invullen van “wat die ander gaat vinden/zeggen/denken/voelen etcetcetc, waarbij hij/zij (volgens mij) vanzelfsprekend boos, verdrietig of onzeker gaat zijn”.

Het besef dat ik eigenlijk het merendeel van de tijd bezig ben met de gevoelens van anderen en het uiteindelijke formuleren van mijn eigen rotsvaste belemmerende overtuiging: “anderen zijn belangrijker”, doet pijn.

Ik wil vooruit…: in de weken tussen de trainingsdagen in ga ik er mee aan t slag: met pijn in m’n buik ga ik gesprekken aan, om me naderhand af te vragen waar ik nou eigenlijk zo tegen op zag.

Soms komen mijn woorden hard over bij de ander die ook aan deze nieuwe Ingrid moet wennen maar het voelt goed. Ik blijf bij mezelf.

Veel gebeurt ook onbewust: op een ochtend hoor ik mezelf zeggen: “ik wil me best voor deze keer aanpassen, maar ga dat niet iedere keer doen”. Huh??? Voor anderen is dit wellicht peanuts, maar het uitspreken dat ik er ook toe doe, geeft mij een trots en goed gevoel en ik merk dat ik die dag met een glimlach op mijn gezicht rondloop. Met de mede-cursisten deel ik de “in mijn ogen “gigantische” overwinning” via de groepsapp.

Van het cynisme van die tweede trainingsdag is weinig meer over. De training is zo intensief dat ik wel moet… ik ga het aan of ik nou wil of niet. De vele verschillende invalshoeken op het gebied van taal, gedachten, houding en patronen dwingen me om mezelf kritisch onder de loep te nemen en met mezelf aan het werk te gaan en na verloop van tijd klinkt, zonder enige aanleiding, ineens mijn nieuwe versterkende overtuiging als een mantra door mijn hoofd:

“Ik ben net zo belangrijk”, “ik ben net zo belangrijk” , “ik ben net zo belangrijk” .

Ik moet aan Neelienke denken: “Da’s interessant hé mensen…”

Volg ons:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top